Scheiding banken schaadt economie
31-1-2012 | Economisch
Dynamiek Nederlands bedrijfsleven vraagt om universele banken die het gehele productiepakket bieden De financiële crisis zet banken aan tot kritische zelfreflectie. Ook Rabobank, al zijn wij op eigen kracht door de crisis gekomen. De wezenlijke vraag is: waartoe zijn banken op aarde? Of waartoe horen zij op aarde te zijn? Banken zijn op aarde om de reële economie te dienen. Om dienstbaar te zijn aan klanten, bedrijven, particulieren en publieke sector. Dat gebeurt idealiter vanuit een wederzijdse vertrouwensrelatie, waarbij het belang van de klant zwaar weegt. Een hoge mate van wederzijdse loyaliteit geeft die verhouding betekenis.
Één van de belangrijkste lessen is naar mijn mening dat het traditionele ‘relatie-bankieren’ weer leidend wordt. Kern hiervan is dat de bankier de klant goed kent om te beoordelen of deze kredietwaardig is. Hij moet het kredietrisico steeds beheersen en ingrijpen als nodig. Ongebreideld vermarkten van kredietrisico's past daar niet bij en doorbreekt de relatie tussen de bank en debetklanten.
De bank moet daarom eenvoudige en integere producten voeren die voorzien in een duidelijke behoefte en een langetermijnoriëntatie kennen. Bankmedewerkers vervullen hierin een sleutelrol.
Banken moeten voorts over zodanig sterke en degelijke buffers beschikken dat zij zelfredzaam zijn, ook als het hard stormt. De nieuwe Baselse eisen, gericht op meer solide kapitaalbuffers en liquiditeitsbuffers, vormen een realistische en wenselijke stap.
Niet de belastingbetaler, maar de (risico)kapitaalverschaffers moeten de lasten van een eventuele toekomstige financiële crisis dragen. De Baselse voorstellen voorzien in uitgifte van contingente bankobligaties, leningen die bij nood in risico-absorberend kapitaal worden omgezet. Vooruitlopend heeft Rabobank dit instrument al in de kapitaalmarkt gezet.
De Nederlandse reële economie steunt op sterk ondernemerschap en internationale handelsgeest. Daar hoort een sterke financiële sector bij: banken die dat bedrijfsleven wereldwijd kunnen bedienen. Niet alleen met betalingsverkeer, kredieten en deposito’s, maar ook met rentederivaten, valutacontracten, treasury-oplossingen, leasing, bankgaranties en andere zaken die nodig zijn voor een verantwoorde uitoefening van het ondernemerschap.
In zowel de VS (de Volcker rule), het VK (Vickers rapport) als in ons land loopt een discussie over de toekomst van het financiële bestel. Daarbij speelt de vraag of een scheiding tussen ‘nutsbankieren’ en ‘zakenbankieren’ zinvol is. Die scheidslijn is niet eenvoudig te trekken. Ik vind dat ‘nutsbankieren’ moet aansluiten op de behoeften vanuit de reële economie. Onder nutsbankieren valt uitdrukkelijk niet het handelen voor eigen rekening in effecten en dergelijke (‘proprietary trading’) en andere activiteiten die niet gerelateerd zijn aan behoeften van klanten. Het geeft geen pas om toevertrouwde middelen van spaarders aan te wenden voor speculatieve doeleinden. Dat verdraagt zich ook niet met een houdbaar depositogarantiesysteem.
Deze visie sluit aan bij de Volcker rule. De rigide scheidslijnen, zoals in het Vickers rapport, kunnen passend zijn voor het Verenigd Koninkrijk, maar ze passen niet in het Nederlandse bestel, ook vanwege onze relatief beperkte vrije spaarmarkt.
Nederlandse (internationale) bedrijven hebben behoefte aan universele banken met het gehele productenpakket. Daarbij is plaats voor diversiteit. Rabobank is zo’n universele relatiebank. Zij wil dat blijven op basis van haar coöperatieve oriëntatie en uitgangspunten. Midden in de samenleving, dichtbij de klant en gericht op duurzame ontwikkeling. Piet Moerland is bestuursvoorzitter bij Rabobank Groep.