Lokale Rabobanken
Alleen banken die een coöperatieve structuur hebben en waarvan de statuten door Rabobank Nederland zijn goedgekeurd, kunnen lid zijn van Rabobank Nederland. Op hun beurt hebben ook de lokale Rabobanken leden, die voortkomen uit hun lokale klantenkring. De lokale Rabobanken hebben jegens Rabobank Nederland en ook onderling nauwkeurig gedefinieerde rechten en plichten.
Uit hoofd van de Wet op het financieel toezicht oefent Rabobank Nederland in het prudentieel toezicht krachtens haar statuten en de statuten van de lokale Rabobanken controle uit op de lokale Rabobanken ten aanzien van de beheerste en integere bedrijfsvoering, solvabiliteit en liquiditeit.
Daarnaast is krachtens de Wet op het financieel toezicht in het gedragstoezicht Rabobank Nederland door het ministerie van Financiën aangewezen als houder van een collectieve vergunning die mede strekt ten behoeve van de lokale Rabobanken. Hierdoor wordt het gedragstoezicht door de Autoriteit Financiële Markten via Rabobank Nederland uitgeoefend.
Bestuur en toezicht
Voor de lokale Rabobanken zijn twee bestuursmodellen mogelijk: een partnershipmodel en een directiemodel. In 2009 wordt het functioneren van beide modellen geëvalueerd. In beide bestuursmodellen zijn effectieve ledeninvloed en -zeggenschap gewaarborgd, zodat de besturing van de lokale Rabobanken niet alleen op een adequate en professionele, maar bovendien op een bij de coöperatie passende wijze wordt ingevuld.
Ledenraden
Het verankeren van ledeninvloed en ledenzeggenschap en het verwerven van betrokken leden vormen de kern van het ledenbeleid. Zo wordt de coöperatieve identiteit onderstreept door de invloed die leden kunnen uitoefenen via de ledenraden.
Lokale raden van commissarissen
De opschaling van de lokale Rabobanken door de vele fusies en de daarmee gepaard gaande verdere complexiteit van de besturing maakten dat er steeds hogere eisen worden gesteld aan het functioneren van de raden van commissarissen.